ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4928
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Mos-Verstraten
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder over drie minderjarigen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over drie minderjarigen had afgewezen. De vader is niet verschenen in hoger beroep en heeft geen verweerschrift ingediend. De raad voor de kinderbescherming heeft de minderjarigen gehoord, waaronder schriftelijk en mondeling.
Het geschil betreft het gezag over drie minderjarigen geboren in 1994, 1998 en 2002. De moeder stelt dat het gezamenlijk gezag moet worden beëindigd omdat de communicatie tussen haar en de vader ernstig verstoord is, waardoor de kinderen psychisch belast worden en klem kunnen komen te zitten. Ook wijst zij op het weigeren van toestemming door de vader voor het afgeven van paspoorten en andere gedragingen zoals alcoholmisbruik en een strafrechtelijk verleden.
Het hof oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat het gezamenlijk gezag ten aanzien van de twee jongste kinderen moet worden beëindigd vanwege het onaanvaardbare risico dat zij klem of verloren raken. Voor de oudste minderjarige acht het hof het eveneens noodzakelijk het gezag aan de moeder toe te kennen, mede op grond van zijn eigen wens en de relatie met de vader.
De bestreden beschikking wordt vernietigd en het eenhoofdig gezag over alle drie de minderjarigen wordt aan de moeder toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige in hoger beroep verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag over drie minderjarigen toe aan de moeder en beëindigt het gezamenlijk gezag.