ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5078
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- Chr.A. Baardman
- N.C. van Bellen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet op invoer of bezit van heroïne
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren en bezitten van ongeveer 900 gram heroïne via een postpakket afkomstig uit Mumbai, India. De Duitse douane ontdekte de heroïne in het pakket en de Nederlandse autoriteiten lieten het pakket prepareren en afleveren, waarna verdachte het in ontvangst nam en werd aangehouden.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, maar in hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte wist van de inhoud van het pakket of opzet had op de invoer of het bezit van heroïne, ook niet in voorwaardelijke zin.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen vanwege het ontbreken van een schriftelijk bevel voor infiltratie, maar het hof verwierp dit verweer omdat geen sprake was van infiltratie door opsporingsambtenaren binnen een criminele groep.
Het hof sprak verdachte vrij en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door mr. C.G.M. van Rijnberk, mr. Chr.A. Baardman en mr. N.C. van Bellen op 27 april 2011.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van opzet op invoer of bezit van heroïne.