ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5931
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.L.J. van Strien
- W.J. van Boven
- P.J. Wurzer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige dochter van kleinkind
De verdachte heeft op 19 juli 2008 in Noordwijkerhout ontuchtige handelingen gepleegd met een dertienjarig meisje, het nichtje van een van zijn kleinkinderen. Hij legde zijn handen op de binnenkant van haar dijen terwijl hij achter haar zat op een speelgoedtrekker. Het slachtoffer kwam regelmatig op het terrein van de verdachte.
De verdediging betoogde dat het leggen van handen op de dijen geen seksuele handeling was en dat de verdachte geen seksuele intentie had. Het hof oordeelde echter dat onder de gegeven omstandigheden deze handeling wel een seksuele aard had en in strijd was met de sociaal-ethische norm. De verklaringen van het slachtoffer, getuige en verdachte waren onderling consistent en overtuigend.
Hoewel er vormverzuimen waren in de opsporingsfase, achtte het hof deze niet ernstig genoeg om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren of bewijs uit te sluiten. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur, met een vervangende hechtenis van 15 dagen, waarbij rekening werd gehouden met zijn gezondheid en het feit dat hij geen blijk gaf van inzicht in de ernst van zijn daad.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 30 uur wegens ontuchtige handelingen met een dertienjarige.