ECLI:NL:GHSGR:2011:BR6028
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G.J.W. van Oven
- T.W.H.E. Schmitz
- A.M. Zwaneveld
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke belediging van groepen tijdens bevrijdingsfeest
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk beledigen van groepen mensen door het dragen van diverse discriminerende afbeeldingen tijdens de viering van het bevrijdingsfeest op een openbare weg in Zoetermeer in de nacht van 5 op 6 mei 2005.
In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, maar het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde hem schuldig. Het hof baseerde zich op de bewezenverklaring dat de verdachte meerdere symbolen droeg die beledigend zijn voor Joden, Moslims en mensen met een donkere huidskleur, waaronder onder meer het Keltisch kruis, IJzeren kruis met Jodenster, SS-Totenkopf en andere neonazistische symbolen.
Het hof achtte het bewezenverklaarde strafbaar en oordeelde dat de verdachte geen omstandigheden had aangevoerd die zijn strafbaarheid uitsloten. Gezien de ernst van het feit, de context van Bevrijdingsdag en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, werd een geldboete van € 250,- opgelegd, met verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen.
De zaak kende een lange procedurele geschiedenis met meerdere zittingen en een vernietiging door de Hoge Raad, waarna het hof opnieuw oordeelde. De boete werd gematigd vanwege de ouderdom van het feit en de draagkracht van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 250,- wegens opzettelijke belediging van groepen mensen door het dragen van discriminerende symbolen.