ECLI:NL:GHSGR:2011:BR6431
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over opschorting huurbetaling na ontruiming pand wegens hypotheekexecutie
In deze civiele zaak stond centraal de huurbetaling over een pand dat door de verhuurder aan de huurder was verhuurd. De verhuurder vorderde betaling van huurpenningen over een periode waarin het pand echter was ontruimd op verzoek van de hypotheekhouder vanwege achterstallige hypotheekbetalingen.
De huurder stelde dat zij de huur al vooruitbetaald had en dat het pand in erbarmelijke staat verkeerde. Tevens voerde zij aan dat de verhuurder niet in staat was het ongestoord huurgenot te verschaffen, mede doordat het pand in januari 2004 was ontruimd op grond van een huurbeding ex artikel 3:264 BW Pro.
Het hof oordeelde dat de verhuurder vanaf de ontruiming tekort was geschoten in haar verplichting het gehuurde ter beschikking te stellen, waardoor de huurder gerechtigd was tot opschorting van de huurbetaling. De vordering van de verhuurder werd daarom afgewezen en de eerdere vonnissen van de kantonrechter werden bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder tot betaling van huurpenningen vanaf januari 2004 wordt afgewezen vanwege opschorting door de huurder na ontruiming.