ECLI:NL:GHSGR:2011:BR6714
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Mink
- Zwagemaker
- Rechtspraak.nl
Verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding met toewijzing van onroerend goed en inboedel
Deze zaak betreft de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen partijen na hun echtscheiding, ontbonden op 11 juni 2009. In geschil waren onder meer de toedeling en waardering van een woning en grond in Portugal, een woning in Nederland, een auto, inboedel en schulden bij een aannemer en een doorlopend krediet.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die de verdeling van de gemeenschap had vastgesteld en haar had veroordeeld tot betaling van een bedrag wegens overbedeling. Het hof oordeelde dat de woning in Nederland, ondanks een lopende procedure over eigendom, tot de gemeenschap behoorde en stelde de waarde daarvan vast op €60.000. De waarde van de grond met woning in aanbouw werd bevestigd op €41.800. De vermeende schuld aan de aannemer werd niet aangetoond en daarom niet toegerekend aan de gemeenschap.
Het doorlopend krediet bij Fortis Bank werd vastgesteld op €35.400 per peildatum 11 juni 2009, waarbij betalingen van de vrouw vanaf die datum verrekend moeten worden. De inboedel werd verdeeld conform de lijst van de vrouw, met afspraken over afgifte via de advocaten. Uiteindelijk stelde het hof de verdeling van de gemeenschap vast, waarbij ieder recht heeft op €33.200, en veroordeelde de man tot betaling van dit bedrag aan de vrouw. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast en veroordeelt de man tot betaling van €33.200 aan de vrouw.