ECLI:NL:GHSGR:2011:BT1546
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Van Leuven
- Bos
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontheffing ouderlijk gezag moeder over minderjarige wegens ongeschiktheid
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam waarbij zij ontheven werd van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind. De rechtbank had tevens Jeugdzorg benoemd tot voogd en de William Schrikker Stichting tot uitvoerder van de voogdij. De moeder betwistte haar ontheffing en stelde dat zij het verblijf van de minderjarige in het gezinshuis accepteert en dat haar fundamentele rechten worden aangetast.
De raad voor de kinderbescherming en de WSS voerden aan dat terugplaatsing bij de moeder niet meer mogelijk is vanwege haar psychiatrische stoornis en beperkte verstandelijke vermogens, waardoor zij onvoldoende in staat is te voldoen aan de opvoedingsbehoeften van de minderjarige. De minderjarige verblijft sinds 2009 in een gezinshuis en heeft daar positieve ontwikkelingen doorgemaakt.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:266 BW Pro ontheffing van het gezag kan worden uitgesproken indien de ouder ongeschikt is en het belang van het kind dit vereist. Gezien de langdurige uithuisplaatsing en het ontbreken van perspectief op terugplaatsing acht het hof de moeder ongeschikt. Het belang van de minderjarige bij stabiliteit en duidelijkheid over het toekomstperspectief weegt zwaar. De omgangsregeling blijft gehandhaafd en de moeder behoudt het wettelijk recht op omgang. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige wegens ongeschiktheid, met behoud van de omgangsregeling.