ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2462
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. Reinking
- A.L.J. van Strien
- M. Kessler
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens gerechtvaardigde aanhouding met geweld
Op 21 september 2006 werd verdachte samen met een medeverdachte geconfronteerd met een groep personen die de toegang tot een feestcafé werd geweigerd. Na vernieling van een ruit en het wegrennen van het groepje, achtervolgde medeverdachte het slachtoffer en vroeg hem mee te komen om de schade te regelen, waarbij hij ook dreigde de politie te bellen. Toen het slachtoffer zich verzette, grepen verdachte en medeverdachte in met fysiek geweld, waaronder slaan, wurggreep en tegen de grond drukken.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit geweld heeft gepleegd. De verdediging voerde aan dat het geweld passend was in het kader van de aanhouding op heterdaad, maar het hof verwierp dit niet als strafbaarheidsgrond, wel als relevant voor de rechtmatigheid van het handelen.
Het hof stelt vast dat verdachte en medeverdachte op grond van artikel 53 Sv Pro bevoegd waren het slachtoffer aan te houden wegens het vermoeden van vernieling. Het gebruikte geweld was noodzakelijk en proportioneel gezien het verzet van het slachtoffer. Daarom is het bewezen verklaarde niet strafbaar en wordt verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en spreekt verdachte vrij van het meer of anders ten laste gelegde. De uitspraak is gedaan op 9 september 2011 door het gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het gebruikte geweld bij de aanhouding gerechtvaardigd was.