ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2685
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs poging doodslag met vuurwapen
Verdachte werd beschuldigd van poging doodslag of poging zware mishandeling door met een vuurwapen te schieten op aangever. Op 20 september 2009 werd vastgesteld dat er met een vuurwapen op aangever was geschoten, maar verdachte ontkende de dader te zijn.
De enige directe getuigenverklaring die verdachte als schutter aanwees, was die van getuige A. Deze getuige verklaarde verdachte te hebben gezien schieten vanaf de noordwestelijke hoek van een parkeergarage. Forensisch onderzoek en het proces-verbaal van de politie wezen echter op een andere locatie van de hulzen, namelijk bij de noordoostelijke hoek van de garage, wat het vermoeden wekte dat de schutter elders stond.
De onduidelijkheid over de exacte vindplaats van de hulzen en tegenstrijdigheden in verklaringen van getuigen leidden ertoe dat het hof niet de overtuiging kreeg dat verdachte de schutter was. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs dat hij de schutter was.