ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2736
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- L.A.J.M. van Dijk
- C.G.M. van Rijnberk
- Chr.A. Baardman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag en afpersing; veroordeling voor bezit cocaïne
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor poging tot gekwalificeerde doodslag en het aanwezig hebben van cocaïne. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd voor zover het betrekking had op de poging tot doodslag en afpersing, omdat het bewijs onvoldoende was om de betrokkenheid van de verdachte aan te tonen. De verklaringen van de aangevers waren tegenstrijdig en er waren onverklaarde telefonische contacten die de aanwezigheid van de verdachte op de plaats delict tegenspraken.
Het hof achtte echter wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 29 juni 2009 in Rotterdam 4,58 gram cocaïne aanwezig had, in strijd met de Opiumwet. De verdachte werd daarvoor veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week, waarbij voorarrest in mindering werd gebracht.
De verdachte had eerder een voorwaardelijke straf opgelegd gekregen, maar had de proeftijd geschonden door het bewezen verklaarde feit te plegen. Desondanks vond het hof geen aanleiding om de niet-uitgevoerde voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer te leggen.
Het arrest werd gewezen door het hof te 's-Gravenhage op 27 mei 2011, waarbij het vonnis van de rechtbank Rotterdam werd vernietigd voor zover het betrekking had op de poging tot doodslag en afpersing, en de veroordeling voor het bezit van cocaïne werd bevestigd.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag en afpersing, veroordeeld tot één week gevangenisstraf voor bezit van cocaïne.