ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2768
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- C.J. van der Wilt
- G.P.A. Aler
- R.M. Bouritius
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schadevergoeding na termijnoverschrijding
Verzoekster diende een verzoek tot schadevergoeding in wegens verzekering en voorlopige hechtenis na haar vrijspraak in hoger beroep. Het verzoek werd ingediend na de wettelijke termijn van drie maanden die begint te lopen vanaf het moment dat de zaak is beëindigd, namelijk de onherroepelijkheid van het arrest op 16 juli 2010.
De advocaat van verzoekster voerde aan dat verzoekster niet tijdig op de hoogte was van de vrijspraak omdat zij niet persoonlijk bij de zitting aanwezig was en pas na afloop van de termijn weer contact had met haar advocaat. Dit zou de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Het hof oordeelde echter dat in geval van berechting op tegenspraak met een raadsman die met bepaaldelijke volmacht optreedt, de uitspraakdatum en onherroepelijkheid van de vrijspraak zonder nadere formaliteiten kenbaar zijn voor de verdachte.
Het hof stelde dat het verloren contact met de raadsman voor rekening van verzoekster komt en dat de jurisprudentie aangehaald door de advocaat niet van toepassing is op deze situatie. Daarom werd verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schadevergoeding. De beschikking is op 10 juni 2011 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de wettelijke termijn.