ECLI:NL:GHSGR:2011:BT5866
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- M.J. van der Ven
- E.M. Dousma-Valk
- Rechtspraak.nl
Geschil over kostenverdeling funderingsherstel en uitleg overeenkomst bij burenruzie
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de verdeling van kosten voor het herstel van de fundering van mandelige muren tussen buren. Partijen sloten in 2005 een overeenkomst waarin zij afspraken maakten over de uitvoering van het funderingsherstel, de verdeling van de kosten naar rato van het gewicht van de muren en de wijze van geschiloplossing. [Geïntimeerden] gaven opdracht aan een aannemer en betaalden alle kosten, waarna zij van [appellanten] betaling vorderden van hun aandeel.
De rechtbank wees de vorderingen van [geïntimeerden] toe en wees de reconventionele vorderingen van [appellanten] af. In hoger beroep betwisten [appellanten] de omvang van de kosten die zij moeten dragen, met name over de vraag welke kosten binnen de verdeelsleutel vallen en of meerwerkkosten en kosten van de betonnen keldervloer tot die kosten behoren.
Het hof oordeelt dat alleen de kosten die noodzakelijk zijn voor het herstel van de fundering van de mandelige muren voor gezamenlijke rekening komen, waarbij de betonnen keldervloer deels tot de fundering behoort volgens de tafelmethode. Kosten die samenhangen met het verdiepen van de kelder en de nieuwe trap blijven buiten de verdeelsleutel. Het hof wijst op het belang van een deskundigenbericht om de precieze kostenverdeling vast te stellen en gelast een comparitie om minnelijke schikking te beproeven.
Daarnaast wijst het hof de grieven van [appellanten] af die zien op het beroep op een kostenplafond van € 50.000,- en de stelling dat geen meerwerk verschuldigd zou zijn. Het hof stelt dat partijen voldoende geïnformeerd waren over mogelijke meerkosten. De beslissing over de vergoeding van expertisekosten en reconventionele vorderingen wordt aangehouden in afwachting van het deskundigenbericht.
Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 19 juli 2011.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie en benoemt een deskundige om de kostenverdeling vast te stellen, waarbij alleen noodzakelijke funderingskosten gezamenlijk worden gedragen.