ECLI:NL:GHSGR:2011:BT8251
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- M.A. van der Ham
- M. Mees
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs onjuiste belastingaangiften en feitelijk leidinggeven
De verdachte werd beschuldigd van het feitelijk leidinggeven aan het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting over de jaren 2004 en 2005. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een werkstraf, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de vennootschap van de verdachte meer winst had genoten dan uit de boekhouding bleek, noch dat onjuiste aangiften omzetbelasting waren gedaan. Er was geen bewijs dat de verdachte of de vennootschap uit onzakelijke overwegingen winst had laten ontgaan of dat prestaties niet waren verricht zoals in de samenwerkingsovereenkomst was vastgelegd.
De verdachte werd daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van onjuiste belastingaangiften en feitelijk leidinggeven.