ECLI:NL:GHSGR:2011:BT8518
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van den Wildenberg
- Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontheffing ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid ouders
In deze zaak staat de ontheffing van het ouderlijk gezag over een minderjarige centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die haar en de vader ontheft van het gezag. De minderjarige is sinds 2007 uit huis geplaatst vanwege een onvoorspelbare en spanningsvolle opvoedingssituatie. De moeder heeft onvoldoende medewerking verleend aan psychiatrisch onderzoek en er is geen structurele verbetering in de thuissituatie opgetreden.
De vader erkent de beperkingen van de moeder onvoldoende en is niet in staat de minderjarige tegen haar gedrag te beschermen. De minderjarige heeft zich inmiddels gehecht aan zijn pleegouders en ontwikkelt zich positief. Het hof acht de voortdurende onzekerheid door jaarlijkse verlengingen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing schadelijk voor de ontwikkeling van het kind.
De moeder betoogt dat de ontheffing geen meerwaarde heeft en ontkent een psychische stoornis. De raad voor de kinderbescherming benadrukt het belang van duidelijkheid over het toekomstperspectief van de minderjarige en wijst op het ontbreken van voldoende herstel bij de ouders binnen een aanvaardbare termijn.
Het hof overweegt dat de wettelijke gronden voor ontheffing aanwezig zijn en dat het belang van de minderjarige bij continuïteit en stabiliteit zwaarder weegt dan het recht van de ouders op gezag. De bestreden beschikking wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag van beide ouders vanwege hun ongeschiktheid en het belang van de minderjarige bij stabiliteit in het pleeggezin.