ECLI:NL:GHSGR:2011:BT8763
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B.A. Stoker-Klein
- G.J.W. van Oven
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik minderjarige
De verdachte werd beschuldigd van seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met een meisje dat jonger was dan twaalf respectievelijk zestien jaar, gepleegd tussen 2003 en 2008. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, maar hij stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs zorgvuldig onderzocht, waaronder het studioverhoor van de aangeefster en het rapport van deskundige dr. R. Horselenberg. Deze deskundige concludeerde dat het scenario waarin de aangeefster valselijk zou hebben verklaard over het vermeende misbruik sterker was dan het scenario dat haar verklaring waarheidsgetrouw was. Dit werd mede veroorzaakt door de slechte kwaliteit van het studioverhoor en het ontbreken van een gedetailleerd verhaal van de aangeefster zelf.
Het hof overwoog verder dat de verklaringen van andere betrokkenen slechts summier aansloten op die van de aangeefster en geen aanvullend bewijs boden. De verdachte ontkende stellig alle ten laste gelegde feiten. Gezien de twijfel over de betrouwbaarheid van de aangifte en het ontbreken van voldoende ondersteunend bewijs, sprak het hof de verdachte vrij.
Het verzoek van de advocaat-generaal om de zaak aan te houden voor een nieuw verhoor van de aangeefster door een raadsheer-commissaris werd afgewezen vanwege het ontbreken van noodzaak en meerwaarde. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik.