ECLI:NL:GHSGR:2011:BT8888
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en hoger beroep
Belanghebbende is eigenaar van een rijwoning te [Z] waarvan de WOZ-waarde voor 2009 is vastgesteld op €273.000. Na bezwaar stelde de Inspecteur de waarde bij uitspraak op bezwaar vast op €259.000. Belanghebbende stelde dat deze waarde te hoog was en dat de uitspraak op bezwaar onbevoegd was genomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betwistte belanghebbende de bevoegdheid van de Inspecteur en de gehanteerde vergelijkingspanden, stelde dat betonrot niet voldoende was meegewogen en dat de waarde op ten hoogste €200.000 moest worden vastgesteld. Het Hof oordeelde dat de mandatering van de bevoegdheid correct was en dat de uitspraak op bezwaar door een bevoegde functionaris was genomen.
Verder achtte het Hof de gebruikte vergelijkingspanden passend, ook al lagen sommige in andere wijken, en vond het dat de Inspecteur voldoende rekening had gehouden met mogelijke betonrot en toekomstige herstelkosten. De door belanghebbende aangevoerde argumenten en berekeningen konden het Hof niet overtuigen van een te hoge waardebepaling.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €259.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.