ECLI:NL:GHSGR:2011:BU1280

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
26 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.049.408-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Haan-Boerdijk
  • Kamminga
  • Husson
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:160 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling samenleven als gehuwd in personen- en familierecht

In deze zaak stond centraal de vraag of de vrouw en de heer S. samenleefden als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW Pro. De man, verzoeker in hoger beroep, probeerde dit te bewijzen door het horen van een jongmeerderjarige getuige. Deze getuige verklaarde dat de vrouw en de heer S. een relatie hadden, waarbij hij soms overnachtte en zij samen op vakantie gingen. Echter, er was geen sprake van wederzijdse verzorging zoals vereist.

De vrouw maakte geen gebruik van de mogelijkheid om getuigen te horen en beide partijen zagen af van een reactie op de getuigenverklaring. Het hof overwoog dat de verklaring van de getuige, ook in samenhang met eerdere verklaringen, onvoldoende was om te concluderen dat er sprake was van samenleven als gehuwd.

Daarmee slaagde de man niet in zijn bewijsopdracht en faalde het hoger beroep. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het beroep af. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en griffier tijdens een openbare zitting op 26 januari 2011.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de bestreden beschikking wegens onvoldoende bewijs van samenleven als gehuwd.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 26 januari 2011
Zaaknummer : 200.049.408/01
Rekestnr. rechtbank : F2 RK 08-1218
[appellant],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. P.A.R. Dijkers te Hellevoetsluis,
tegen
[geintimeerde],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. R.E. Gout de Kreek te Spijkenisse.
VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
Het hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 7 april 2010.
Op 14 december 2010 heeft een getuigenverhoor plaatsgevonden, waarvan een proces-verbaal is opgemaakt.
VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. Bij genoemde tussenbeschikking is de man door het hof toegelaten tot het hem in eerste aanleg opgedragen bewijs door het alsnog doen horen van de jongmeerderjarige [de jongmeerderjarige], geboren [in] 1991 te [geboorteplaats]. In eerste aanleg was de man opgedragen bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de vrouw met de heer [S.] heeft samengeleefd als waren zij gehuwd.
2. De genoemde getuige is gehoord en heeft onder meer verklaard dat de vrouw en de heer [S.] gedurende enige tijd een relatie hebben gehad. De heer [S.] kwam af en toe bij de vrouw op visite als hij niet voor zijn werk weg was. Hij bleef ook wel eens slapen, af en toe een nachtje. Verder is de getuige met de vrouw en de heer [S.] een paar keer een weekendje weg en/of op vakantie geweest. De heer [S.] en de vrouw betaalden volgens de getuige ieder de eigen boodschappen. De getuige weet niet of de heer [S.] kleren had bij de vrouw thuis en of de vrouw voor hem waste.
3. Andere getuigen dan de hiervoor genoemde zijn aan de zijde van de man in hoger beroep niet gehoord. De vrouw heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om getuigen te horen. Beide partijen hebben afgezien van de mogelijkheid op de verklaring van de getuige te reageren.
4. Het hof overweegt als volgt. De verklaring van de hiervoor bedoelde getuige kan naar het oordeel van het hof noch op zichzelf beschouwd noch in samenhang met de in eerste aanleg afgelegde verklaringen van [D.] en [J.W.S] leiden tot een bevestigend antwoord op de vraag of sprake was van samenleven van de vrouw met de heer [S.] als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW Pro. Niet dan wel onvoldoende is komen vast te staan dat sprake was van wederzijdse verzorging in de zin zoals in de tussenbeschikking van het hof in overweging 6 is omschreven.
5. Nu de man niet is geslaagd in het bewijs van zijn stellingen, faalt het beroep en zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.
6. Dit alles leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking;
wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. De Haan-Boerdijk, Kamminga en Husson en bijgestaan door mr. Willems als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2011.