ECLI:NL:GHSGR:2011:BU1583
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Kamminga
- Pijls-olde Scheper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na echtscheiding met beoordeling lotsverbondenheid en draagkracht
In deze zaak staat de partneralimentatie na echtscheiding centraal. De vrouw verzocht om een maandelijkse bijdrage van €1.800, terwijl de man dit afwees op grond van wangedrag en draagkracht. Het hof stelde vast dat de vrouw een netto behoefte heeft van €1.530 per maand, maar gezien haar beperkte verdiencapaciteit en het feit dat zij geen zorgtaken voor de kinderen heeft, is een bijdrage van €210 per maand passend.
Het hof onderzocht ook het door de man aangevoerde wangedrag van de vrouw, waaronder zelfmoordpogingen en slecht financieel beheer. Gelet op het langdurige huwelijk, de zorg voor de kinderen en de emotionele omstandigheden achtte het hof het niet aannemelijk dat de lotsverbondenheid was vervallen, zodat de onderhoudsverplichting blijft bestaan.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op een netto besteedbaar inkomen van circa €3.227 per maand, met inachtneming van diverse lasten en schulden. Het hof hield rekening met aflossingen en ziektekosten, en concludeerde dat de man in staat is €210 per maand aan partneralimentatie te voldoen.
De bestreden beschikking van de rechtbank, waarin de partneralimentatie was afgewezen, werd vernietigd voor zover het de alimentatie betreft. Tevens werd bepaald dat de vrouw de eerder ontvangen alimentatie niet hoeft terug te betalen. Het hoger beroep werd daarmee deels toegewezen.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man aan de vrouw €210 per maand partneralimentatie moet betalen en vernietigt de eerdere afwijzing van dit verzoek.