ECLI:NL:GHSGR:2011:BU2935
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- de Haan-Boerdijk
- Bos
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking omgangsregeling tussen vader en minderjarige ondanks verzet
In deze civiele zaak staat de omgang tussen een vader en zijn minderjarige kind centraal. De moeder verzet zich tegen de omgang omdat het kind geen contact wenst en bang is voor de vader. Het Rotterdams Omgangshuis rapporteerde dat begeleide omgangscontacten niet tot verbinding leidden en stopte het traject vanwege het gebrek aan medewerking van de moeder.
De vader erkent dat op dit moment omgang niet mogelijk is, maar wijst op het gebrek aan stimulans van de moeder. De raad voor de kinderbescherming constateert geen contra-indicaties bij de vader en ziet passief verzet van de moeder, waarbij de verantwoordelijkheid onterecht bij het kind wordt gelegd. De raad overweegt een ondertoezichtstelling om omgang alsnog mogelijk te maken.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:377a BW het kind en de niet-gezaghebbende ouder recht hebben op omgang, tenzij zwaarwegende belangen dit verbieden. Het feit dat het kind zelf geen contact wil, is onvoldoende om omgang te ontzeggen. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van de ouders is om omgang te stimuleren, waarbij de moeder een actieve rol dient te vervullen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en bevestigt het recht op omgang tussen vader en minderjarige ondanks het verzet van moeder en kind.