ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3441

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
6 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.038.329/01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 32 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek aanvulling eindarrest over nakosten in civiele procedure

In deze civiele zaak heeft het gerechtshof 's-Gravenhage op 26 juli 2011 een eindarrest gewezen waarbij proceskosten zijn toegewezen. Vervolgens verzocht een partij het hof om het arrest aan te vullen met een expliciete overweging of beslissing omtrent de nakosten. Het hof heeft dit verzoek op 6 september 2011 afgewezen.

De motivering van het hof is dat volgens vaste rechtspraak, waaronder het arrest van de Hoge Raad van 19 maart 2010 (LJN: BL1116), de proceskostenveroordeling automatisch ook de nakosten omvat. Hierdoor is een aparte beslissing over nakosten overbodig en niet nodig. Het ontbreken van een expliciete overweging in het eindarrest betekent niet dat de aanspraak op nakosten wordt uitgesloten.

Het hof benadrukt dat indien de partij die de kosten moet betalen weigert de nakosten te voldoen, de andere partij het hof kan verzoeken deze kosten te begroten en een bevelschrift te verkrijgen op grond van artikel 237, vierde lid, Rv. De beslissing is genomen door de drie genoemde raadsheren tijdens een openbare zitting.

Deze uitspraak bevestigt de rechtsregel dat proceskostenveroordelingen ook nakosten omvatten en voorkomt onnodige aanvullingen van eindarresten in civiele procedures.

Uitkomst: Het verzoek tot aanvulling van het eindarrest met een beslissing over nakosten is afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.038.329/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 312078 / HA ZA 08-1775
Beslissing van 6 september 2011
inzake
1. [naam],
2. [naam],
beiden wonende te [plaats],
appellanten in principaal appel, verweerders in incidenteel appel,
hierna te zamen te noemen: [X],
advocaat: mr. E. Grabandt te 's-Gravenhage,
tegen
1. [naam],
2. [naam],
beiden wonende te [plaats],
geïntimeerden in principaal appel, appellanten in incidenteel appel,
hierna te zamen te noemen: [Y],
advocaat: mr. R.L. de la Parra te Katwijk.
Overwegingen
In de zaak onder bovengenoemd zaaknummer heeft het hof op 26 juli 2011 eindarrest gewezen.
Bij faxbrief van 28 juli 2011 heeft mr. De la Parra verzocht om dit arrest op de voet van artikel 32 Rv Pro aan te vullen met, naar het hof begrijpt, een overweging en/of beslissing inzake de nakosten.
Bij brief van 10 augustus 2011 heeft mr. Visser zich namens appellanten tegen toewijzing van dat verzoek gekeerd.
Ingevolge het arrest HR 19 maart 2010, LJN: BL1116, NJ 2011, 237, omvat de vaststelling van de proceskosten ingevolge artikel 237 Rv Pro zowel de voor als na de uitspraak gemaakte kosten. Het vorderen van een veroordeling in de nakosten is derhalve overbodig. Een aparte uitspraak over de nakosten is mitsdien evenmin nodig. Het eindarrest van 26 juli 2011 levert aan geïntimeerden dus reeds een titel op om ook de nakosten te executeren.
In gevallen waarin een partij een veroordeling in de nakosten heeft gevorderd pleegt het hof, duidelijkheidshalve, in de rechtsoverwegingen een overweging op te nemen, zoals die onder meer vervat is in rechtsoverweging 11 van het door mr. De la Parra aangehaalde arrest van 19 april 2011 (LJN: BQ1816).
Het feit dat een rechtsoverweging met deze strekking in het eindarrest van 26 juli 2011 achterwege gebleven is, laat onverlet dat geïntimeerden jegens appellanten aanspraak kunnen maken op de nakosten.
Met de in het dictum opgenomen passage "wijst af het meer of anders gevorderde" heeft het hof niet de intentie gehad de uit de wet voortvloeiende aanspraak op nakosten aan geïntimeerden te ontnemen. Dat zou anders zijn indien in de rechtsoverwegingen de intentie tot uitdrukking was gebracht om dat wel te doen. Het arrest HR 10 april 2009, LJN: BH2465, staat hieraan niet in de weg.
Voor aanvulling van het arrest wordt geen grond gezien. Er is namelijk niet verzuimd om over de nakosten te beslissen, nu de proceskostenveroordeling een beslissing over de nakosten includeert.
Zo partij [X] blijft weigeren om de na de uitspraak ontstane kosten te betalen, kunnen deze op verzoek van partij [Y] door het hof worden begroot, dat daartoe op de voet van artikel 237, vierde lid, Rv een bevelschrift kan afgeven.
Beslissing
Het hof wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A. Dupain, M.A.F. Tan-de Sonnaville en J.C.N.B. Kaal en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2011 in aanwezigheid van de griffier.