ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3442
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Kamminga
- Pijls-olde Scheper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie bij onvoldoende financiële gegevens van ondernemer
In deze zaak staat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige centraal. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking waarin hij een maandelijkse kinderalimentatie van €300 moest betalen. Hij stelde dat zijn inkomen onder het bijstandsniveau lag en dat hij geen draagkracht had vanwege een forse schuldenlast.
Het hof constateerde dat noch de vader noch de moeder voldoende bewijsstukken hadden overgelegd om de behoefte van de minderjarige of het netto gezinsinkomen ten tijde van het huwelijk vast te stellen. De moeder had alleen het bedrag van €300,- als bijdrage gesteld, terwijl de vader een bedrag van €155,- als passend achtte.
Het hof stelde het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de minderjarige vast op €155 per maand. Omdat de moeder een WWB-uitkering ontvangt, kan zij niet bijdragen, waardoor de volledige last op de vader rust, voor zover zijn draagkracht dat toelaat.
De vader had onvoldoende financiële gegevens verstrekt om zijn draagkracht te onderbouwen. Ondanks negatieve inkomsten in 2009 en 2010 achtte het hof het aannemelijk dat de vader andere inkomstenbronnen had, en vond de verklaring dat hij door familie werd onderhouden niet aannemelijk. Daarom concludeerde het hof dat de vader wel degelijk in staat is om €155 per maand te betalen.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en stelde de kinderalimentatie vast op €155 per maand, met onmiddellijke ingang en bij vooruitbetaling te voldoen. Alle overige verzoeken in hoger beroep werden afgewezen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €155 per maand wegens onvoldoende bewijs van geen draagkracht.