ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3536
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Verbeek
- Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kinderalimentatie bij wijziging gezinssituatie en draagkracht vader
In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal voor drie minderjarige kinderen, waarbij de gezinssituatie en het inkomen van de vader zijn gewijzigd sinds het uiteengaan van de ouders. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die de bijdrage van de vader vaststelde op €55 per maand per kind.
Het hof beoordeelde de draagkracht van de vader over twee perioden, rekening houdend met zijn bruto jaarinkomen en woonlasten, waarbij een wijziging in woonlasten werd vastgesteld door het betrekken van een koopwoning samen met zijn partner. De moeder stelde dat de behoefte van de kinderen hoger was dan vastgesteld en dat het inkomen van de vader onderschat was, maar het hof oordeelde dat de draagkrachtberekening van de vader correct was en dat de moeder onvoldoende bewijs leverde voor hogere lasten of inkomen.
Verder werd vastgesteld dat de behoefte van de jongste minderjarige gelijk werd gesteld aan die van de oudste twee, ondanks dat het jongste kind ten tijde van het uiteengaan nog niet geboren was. De moeder ontving een uitkering en had geen draagkracht om bij te dragen in de kosten. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende draagkracht en juiste behoeftebepaling.