ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5332
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Lückers
- Mollema-de Jong
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ontheffing ouderlijk gezag
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zij ontheven werd van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind en Jeugdzorg werd benoemd tot voogd.
In eerste aanleg werd de ontheffing van het ouderlijk gezag vastgesteld en de voogdij toegewezen aan de William Schrikker Stichting. De moeder verzocht het hof de beschikking te vernietigen en de raad voor de kinderbescherming niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof oordeelde dat het beroepschrift van de moeder niet voldeed aan de vereisten van artikel 359 juncto Pro 278 lid 1 Rv, omdat zij onvoldoende gronden had aangevoerd om het hoger beroep te onderbouwen. Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De grief over het beginsel van hoor en wederhoor werd gepasseerd omdat de moeder in hoger beroep alsnog de gelegenheid had gekregen haar verweer te voeren. Een verzoek tot terugverwijzing naar de rechtbank werd afgewezen.
De uitspraak bevestigt het belang van een duidelijke en gemotiveerde beroepschrift in hoger beroep bij geschillen over ouderlijk gezag.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.