ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5521
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van de Poll
- Roelvink
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en aanmerkelijk belang belastingclaim na echtscheiding
In deze zaak staat de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en de partneralimentatie centraal. De rechtbank had de man veroordeeld tot betaling van een overbedelingsbedrag aan de vrouw en bepaalde dat de waarde van de echtelijke woning bij verkoop tussen partijen gelijk verdeeld zou worden. De vrouw stelde een aanvullende vordering tot vergoeding van aanmerkelijk belang belasting die zij mogelijk verschuldigd zou zijn na levering van aandelen in een vennootschap.
Tijdens het hoger beroep bereikten partijen overeenstemming over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, behalve over de aanmerkelijk belang belasting. De vrouw vorderde vergoeding van deze belasting door de man, omdat hij zich uit Nederland had laten uitschrijven en daardoor niet langer binnenlands belastingplichtig zou zijn. De man betwistte dit en stelde dat partijen ieder voor eigen rekening en risico de baten en lasten moesten dragen.
Het hof overwoog dat het convenant een belastinglatentie vermeldde, maar dat onduidelijk was op welke belasting dit betrekking had en wie belastingplichtig was. Er was geen regeling getroffen voor de door de vrouw gestelde belastingclaim. Het hof oordeelde dat de vermeerdering van eis van de vrouw geen wettelijke grondslag had en wees deze af. De bestreden beschikking werd gedeeltelijk vernietigd en het verzoek van de vrouw afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vrouw tot vergoeding van aanmerkelijk belang belasting door de man af en vernietigt de bestreden beschikking gedeeltelijk.