ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5848
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van de Poll
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding met toedeling van schulden en activa
In deze zaak stond de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen centraal na hun echtscheiding. De vrouw was in hoger beroep gekomen tegen eerdere beschikkingen van de rechtbank Rotterdam over de verdeling van activa en schulden, waaronder de kapitaalverzekering, belastingteruggaven en hypothecaire schulden.
Het hof heeft vastgesteld dat de peildatum voor de omvang van de gemeenschap de datum van ontbinding van het huwelijk is, te weten 11 november 2009. De verdeling van de activa en passiva is conform artikel 3:185 BW Pro en de redelijkheid en billijkheid vastgesteld. Belangrijke punten betroffen de gelijk draagplicht voor de hypothecaire restschuld, de schuld bij Interbank en Wehkamp, en de toedeling van de kapitaalverzekering en belastingteruggaven die niet meer in de gemeenschap vielen.
De vrouw had aangevoerd dat zij recht had op verrekening van diverse schulden en dat bepaalde bedragen niet voor verdeling vatbaar waren. Het hof oordeelde dat de vrouw geen schadeplicht had wegens het vervalsen van handtekeningen omdat de gemeenschap met de bedragen was gebaat. De beschikking van 23 augustus 2010 is vernietigd, behalve voor de proceskosten, en de verdeling is opnieuw vastgesteld met gelijke draagplicht voor de schulden en toedeling van activa aan beide partijen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap opnieuw vast met gelijke draagplicht voor schulden.