ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6153
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Kamminga
- van der Burght
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie na overdracht echtelijke woning en draagkrachtberekening vader
In deze zaak staat de vaststelling van de kinderalimentatie tussen de ouders van drie minderjarige kinderen centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een eerdere beschikking van de rechtbank die een kinderalimentatie van €100 per kind per maand bepaalde, ingaande vanaf de overdracht van de echtelijke woning. Het hof overweegt dat de vader momenteel geen alimentatie verschuldigd is omdat de woning nog niet is overgedragen.
Het geschil spitst zich toe op het juiste inkomen van de vader voor de berekening van de draagkracht. De moeder betwistte de jaarstukken van de vader, maar het hof achtte een deskundigenonderzoek niet nodig en baseerde zich op het gemiddelde inkomen over vijf jaar, dat op €37.000 bruto per jaar werd vastgesteld. Na aftrek van zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling en heffingskortingen werd het netto besteedbaar inkomen van de vader berekend.
Het hof stelt het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen vast op €762 per maand, oftewel €254 per kind. Omdat de moeder onvoldoende draagkracht heeft, komt dit bedrag volledig voor rekening van de vader, voor zover zijn draagkracht dat toelaat. De huurkosten van de vader worden als redelijk beoordeeld. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en bepaalt dat de vader vanaf de overdracht van de echtelijke woning €254 per maand per kind aan kinderalimentatie moet betalen.
Uitkomst: De vader moet vanaf de overdracht van de echtelijke woning €254 per maand per kind aan kinderalimentatie betalen.