ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7157
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- J.W. van Rijkom
- V. Disselkoen
- A.M. Voorwinden
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake hoorplicht bij ontslag op staande voet en goed werkgeverschap
In deze zaak vordert appellant, voormalig werknemer bij GGZ Delfland, onder meer opheffing van derdenbeslagen, betaling van salaris en toegang tot de werkvloer na ontslag op staande voet. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen af, waarbij werd geoordeeld dat het ontslag onverwijld was gegeven en dat GGZ Delfland voldoende gelegenheid tot verweer had geboden.
Appellant stelde dat het ontslag nietig was wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en het ontbreken van een hoorplicht conform goed werkgeverschap (art. 7:611 BW Pro). Het hof overweegt dat noch de wet (artt. 7:677 en 7:678 BW), noch goed werkgeverschap in alle gevallen een absolute hoorplicht bij ontslag op staande voet oplegt. De eerdere jurisprudentie waarop appellant zich beroept, is op de feiten van deze zaak niet van toepassing.
Daarnaast oordeelt het hof dat de door GGZ Delfland aangevoerde dringende redenen, waaronder vermoedens van fraude met facturen, voldoende zijn onderbouwd. De betwisting van appellant over de authenticiteit van facturen en zijn uitleg worden niet geloofwaardig geacht. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van appellant af.