ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7478
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op bijzondere compensatieregeling voor grensarbeider in hoger beroep
Belanghebbende, een in Nederland woonachtige grensarbeider werkzaam in België, voerde bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2005 waarbij de Inspecteur de bijzondere compensatieregeling niet toepaste. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en kende belanghebbende recht toe op de bijzondere compensatieregeling tot 29 september 2005.
De Inspecteur ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat de dienstbetrekking steeds eindigde na elke visreis en er dus geen sprake was van onvrijwillig ontslag. Het hof volgde echter de rechtbank in de uitleg dat de opeenvolgende tijdelijke contracten feitelijk als één doorlopende dienstbetrekking moeten worden beschouwd, conform de praktijk en beleidslijn.
Het hof oordeelde dat het moment waarop de rederij de samenwerking definitief beëindigt moet worden gezien als onvrijwillig en volledig ontslag, waardoor de bijzondere compensatieregeling van toepassing blijft zolang belanghebbende binnen zes maanden een nieuwe dienstbetrekking in de Belgische grensstreek aanvaardt.
Belanghebbende had niet binnen zes maanden na 29 september 2005 een nieuwe Belgische dienstbetrekking aanvaard, waardoor het recht op de bijzondere compensatieregeling eindigde. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en legde griffierechten op.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende recht heeft op de bijzondere compensatieregeling tot 29 september 2005 en wijst het hoger beroep van de Inspecteur af.