ECLI:NL:GHSGR:2011:BU7549
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Pannekoek
- Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis verdeling huwelijksgoederengemeenschap ondanks beroep wegens dwaling en bedrog
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank inzake de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waarbij zij vernietiging vorderde wegens dwaling, misbruik van omstandigheden en/of bedrog. Zij stelde dat zij benadeeld was bij de verdeling van 2 november 2006, maar het hof oordeelde dat haar vordering tot vernietiging wegens dwaling niet tijdig was ingesteld binnen de driejarige vervaltermijn van artikel 3:200 BW Pro.
De vrouw had in eerste aanleg uitsluitend vorderingen ingesteld op grond van artikel 3:179 lid 2 BW Pro met betrekking tot overgeslagen goederen en inzage in koopsompolissen, maar niet op grond van artikel 3:196 BW Pro voor vernietiging wegens benadeling. Het hof concludeerde dat de vrouw de man niet voldoende in kennis had gesteld van een beroep op dwaling en dat haar beroep te laat was.
Ten aanzien van bedrog en misbruik van omstandigheden oordeelde het hof dat geen sprake was van opzettelijke onjuiste informatie of verzwijging door de man. De vrouw was als echtgenote en vennoot betrokken bij het familiebedrijf en bekend met de waarde van de panden en onderneming. Ook was geen bijzondere positie van de vrouw aannemelijk gemaakt die tot vernietiging zou leiden.
De vrouw voerde voorts een onrechtmatige daad aan, maar slaagde hier niet in wegens gebrek aan onderbouwing. Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en wees de vorderingen in hoger beroep af. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vrouw af.