ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8276
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake huurachterstand en opschorting betalingsverplichting bedrijfsruimte
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant, huurder van een bedrijfsruimte te Rotterdam, terecht zijn huurbetalingsverplichting had opgeschort wegens gebreken aan het gehuurde. De huurovereenkomst was oorspronkelijk aangegaan in 2002 en stilzwijgend voortgezet na 2010. Geïntimeerde, de verhuurder, vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van achterstallige huur.
De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden en appellant veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur en ontruiming. Appellant stelde in hoger beroep dat hij de huurbetalingen terecht had opgeschort vanwege gebreken en dat hij hierover met geïntimeerde afspraken had gemaakt. Hij voerde aan dat de slechte staat van onderhoud de opschorting rechtvaardigde.
Het hof oordeelde dat opschorting slechts een uitstel van de betalingsverplichting inhoudt en niet bevrijdend werkt. Appellant had geen vordering tot huurprijsvermindering ingesteld en kon zich niet beroepen op opschorting als pressiemiddel, temeer daar de huurovereenkomst inmiddels was geëindigd. De getuigenverklaring van een medehuurder bood geen bewijs voor een afspraak over opschorting. Het hoger beroep faalde en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd, waarbij appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis tot ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur wordt bekrachtigd.