ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8279
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bewijsvermoeden verplaatsing woonstede bij huurovereenkomst
Woonbron vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning omdat geïntimeerde zich volgens hen niet meer in de woning zou bevinden, onder meer gebaseerd op uitschrijving in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) en inschrijving van een derde op het adres.
De kantonrechter gaf een bewijsopdracht aan Woonbron om aan te tonen dat geïntimeerde de woning niet zelf bewoont. Woonbron stelde dat dit vermoeden op basis van de GBA-informatie direct tot toewijzing van haar vordering moest leiden, terwijl geïntimeerde betwistte dat hij de woning heeft verlaten en bewijs aanbood dat hij er wel woont.
Het hof oordeelde dat het vermoeden van verplaatsing van woonstede op basis van artikel 1:11 BW Pro en de GBA-inschrijving van een derde op het adres voorshands aannemelijk is. Echter, omdat geïntimeerde tegenbewijs heeft aangeboden, moet hij daartoe de gelegenheid krijgen. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het Woonbron toestond te bewijzen dat geïntimeerde de woning niet bewoont en stond geïntimeerde toe tegenbewijs te leveren. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover Woonbron mocht bewijzen dat geïntimeerde de woning niet bewoont en staat geïntimeerde toe tegenbewijs te leveren; de zaak wordt terugverwezen.