ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8490
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. van der Klooster
- R. van der Vlist
- J.C. van Apeldoorn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen faillietverklaring Holding PD wegens vermeend misbruik van recht
Holding PD, een dochtervennootschap van Luba Groep B.V., werd geconfronteerd met financiële problemen vanaf 2009, leidend tot een verliesgevende situatie en liquiditeitsnood. De rechtbank verleende aanvankelijk voorlopige surseance van betaling, die kort daarna werd ingetrokken en gevolgd door faillietverklaring. Appellanten, werknemers van Holding PD, verzetten zich tegen het faillissement op grond van misbruik van recht, stellende dat het faillissement werd ingezet om hun arbeidsrechtelijke bescherming te omzeilen.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing. In hoger beroep voerden appellanten twee grieven aan: ten eerste dat er in 2009 wel degelijk dividend werd uitgekeerd ondanks de financiële crisis, en ten tweede dat het gevoerde beleid van Luba Groep de normale uitvoering van werkzaamheden frustreerde. Het hof oordeelde dat deze stellingen onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt en dat het ontbreken van een belang bij vernietiging van het faillissement niet is weersproken.
Het hof benadrukte dat nader onderzoek naar de beleidskeuzes en financiële transacties nodig zou zijn om een definitief oordeel te vellen, maar dat de huidige procedure daarvoor niet geschikt is. Ook indien verkeerde beleidskeuzes zijn gemaakt, betekent dit niet automatisch dat het faillissement met het doel is bewerkstelligd om werknemers te benadelen. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het verzet tegen het faillissement van Holding PD ongegrond.