ECLI:NL:GHSGR:2011:BU8621
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.M.A. de Groot-van Dijken
- P. Th. Gründemann
- P.M. Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Verrekening vordering uit ontbinding wederkerige overeenkomst in faillissement
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of een vordering van [X.] tot schadevergoeding wegens wanprestatie van ABI, ontstaan na het faillissement van ABI, kan worden verrekend met een schuld aan de boedel van ABI op grond van art. 53 en Pro 37a Fw.
[X.] stelt dat zij door het faillissement van ABI vertraging en schade heeft geleden doordat de werkzaamheden zijn stilgelegd en de curator de overeenkomst niet wilde voortzetten. De curator betwist dat de vordering voortvloeit uit een handeling vóór het faillissement en dat de schade en vertraging in de opgegeven omvang bestaan.
Het hof oordeelt dat vorderingen op grond van art. 37a Fw, ook al ontstaan na faillissement, ter verificatie kunnen worden ingediend en voor verrekening in aanmerking komen. Het hof stelt vast dat de vertraging door het faillissement ongeveer negen weken bedroeg en de schadeposten, waaronder bouwplaatskosten en juridische kosten, voldoende onderbouwd zijn.
De curator wordt in het ongelijk gesteld en de vordering van de curator wordt door verrekening tenietgedaan. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de curator in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de curator wordt door verrekening afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.