ECLI:NL:GHSGR:2011:BU9126
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- J.J.I. Verburg
- P.J.J. Vonk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over correctie belastbaar inkomen wegens niet opgegeven inkomsten en financiering BV-uitgaven
Belanghebbende had voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €213.190. Na bezwaar en beroep werd dit door de rechtbank verminderd tot €73.214. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het geschil betrof de vraag of de Inspecteur terecht het inkomen uit werk en woning had verhoogd met €62.162 aan niet opgegeven inkomsten, bestaande uit de volstorting van aandelen in BV2 en een rekening-courantvordering op deze vennootschap. Belanghebbende stelde dat de uitgaven gefinancierd waren met bankkredieten en leningen van familie en relaties, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank en het hof oordeelden dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde over de herkomst van de middelen voor de financiering van de uitgaven en kapitaalstorting. De stellingen over leningen werden niet onderbouwd met schriftelijke stukken, en bankverklaringen boden geen sluitende verklaring. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging door de Inspecteur was aangetoond.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aanslag werd gehandhaafd op het niveau van het door de Inspecteur vastgestelde belastbaar inkomen. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.