ECLI:NL:GHSGR:2011:BV0182
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aansprakelijkstelling voor naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende werd door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen omzetbelasting van de vennootschap over de jaren 2002 tot en met 2005, inclusief heffingsrente en invorderingskosten. De rechtbank had de aansprakelijkstelling verminderd tot €96.246,34 en de Belastingdienst veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
In hoger beroep heeft belanghebbende aangevoerd dat hij niet als belanghebbende bij het bezwaar was betrokken, dat het hoorgesprek onregelmatig was verlopen en dat hij niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de schuld over 2005 omdat hij toen geen bestuurder meer was. Het hof oordeelt dat de vennootschap rechtsgeldig vertegenwoordigd was bij het bezwaar, dat geen schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) is vastgesteld, en dat belanghebbende als bestuurder verantwoordelijk was voor de belastingverplichtingen in de betreffende jaren.
Het hof bevestigt dat de Belastingdienst alle relevante stukken heeft overgelegd en dat de naheffingsaanslagen voldoende zijn onderbouwd. De stellingen van belanghebbende over bijzondere fiscale faciliteiten en betalingsonmacht zijn niet aannemelijk gemaakt. Wel wordt het bedrag van de aansprakelijkstelling verminderd tot €25.730,79 vanwege reeds verrichte betalingen en verrekeningen.
Het hof veroordeelt de Belastingdienst in de proceskosten van €1.311 en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht van €111 aan belanghebbende. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd behalve het deel over proceskosten en griffierecht. Belanghebbende kan binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Aansprakelijkstelling bevestigd maar verminderd tot €25.730,79, Belastingdienst veroordeeld in proceskosten en griffierecht.