ECLI:NL:GHSGR:2011:BV0473
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Stollenwerck
- Breederveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijk huwelijksvermogensrecht bij internationaal huwelijk tussen Nederland en Marokko
Partijen zijn op 17 augustus 1996 in Marokko gehuwd zonder huwelijkse voorwaarden en zonder rechtskeuze voor het toepasselijke huwelijksvermogensrecht. De vrouw woonde direct in Nederland, de man volgde op 3 maart 1997. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de verdeling van de gemeenschappelijke goederen vastgesteld, waarbij onder meer de toebedeling van een Mercedes en een schuld bij ING/Postbank was geregeld.
De man kwam in hoger beroep tegen de verdeling en stelde dat het Marokkaanse recht vanaf het huwelijk van toepassing was, omdat partijen een gemeenschappelijke Marokkaanse nationaliteit hadden. De vrouw stelde dat het Nederlandse recht vanaf het moment dat zij hun gezamenlijke gewone verblijfplaats in Nederland vestigden van toepassing is.
Het hof oordeelde dat op grond van het Haags Huwelijksvermogensverdrag het huwelijksvermogensregime aanvankelijk door Marokkaans recht wordt beheerst, omdat de eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk niet op hetzelfde grondgebied was. Vanaf het moment dat partijen hun gezamenlijke gewone verblijfplaats in Nederland vestigden, is het Nederlandse huwelijksvermogensrecht van toepassing, wat betekent dat de wettelijke gemeenschap van goederen geldt voor de activa en schulden vanaf die datum.
Het hof bevestigde dat de rechtbank de samenstelling en omvang van de huwelijksgemeenschap overeenkomstig Nederlands recht juist had vastgesteld en dat partijen geen gronden hadden aangevoerd tegen de verdeling. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en bevestigt dat het huwelijksvermogensregime aanvankelijk door Marokkaans recht wordt beheerst en vanaf het moment van gezamenlijke gewone verblijfplaats in Nederland door Nederlands recht.