ECLI:NL:GHSGR:2011:BV0499
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van den Wildenberg
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag over drie minderjarigen en benoeming van Jeugdzorg tot voogd
De raad voor de kinderbescherming is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin het verzoek tot ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag over drie minderjarigen was afgewezen. De moeder verzet zich tegen ontheffing, maar het hof toetst of er gegronde vrees bestaat dat de moeder ongeschikt of onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen.
De minderjarigen zijn sinds 2007/2008 uit huis geplaatst vanwege omstandigheden waaronder illegaliteit van de moeder, dreiging van uitzetting, gebrek aan inkomsten en huiselijk geweld. Twee van de kinderen verblijven sinds 2008 in een therapeutisch pleeggezin vanwege hun belaste voorgeschiedenis en gedragsproblematiek. Pogingen tot terugplaatsing zijn mislukt omdat de moeder niet over de benodigde eigenschappen beschikt en de kinderen geen draagkracht tonen voor terugkeer.
Het hof oordeelt dat de moeder gedurende lange tijd onmachtig is geweest in haar opvoedingsplicht en dat de huidige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende bescherming bieden. De instabiliteit en onzekerheid over het perspectief van terugkeer zijn nadelig voor de minderjarigen. Het belang van de kinderen vereist continuïteit bij de pleegouders, die hen een stabiele en veilige omgeving bieden.
Daarom vernietigt het hof de bestreden beschikking, ontheft de moeder van het gezag over de minderjarigen en benoemt Jeugdzorg tot voogd. Het verzoek tot benoeming van Jeugdzorg is niet bestreden en wordt toegewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag over de drie minderjarigen en Jeugdzorg wordt benoemd tot voogd.