ECLI:NL:GHSGR:2011:BV2233
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling gemeenschappelijke inkomensbestanddelen in inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende en zijn echtgenote maakten bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2005 vanwege de door de Inspecteur aangebrachte verdeling van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen, die volgens hen fiscaal ongunstiger was dan hun eigen gekozen verdeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Tijdens het hoger beroep werd het onderzoek heropend en aanvullende stukken uitgewisseld. Bij de zitting van 30 november 2011 verschenen beide partijen. Het geschil betrof de vraag of de aanslag juist was vastgesteld en of de verdeling van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen moest volgen zoals door belanghebbende en zijn echtgenote bij de aangifte gekozen.
Het Hof overwoog dat de aanslagen nog niet onherroepelijk waren en dat op grond van artikel 2.17 Wet inkomstenbelasting 2001 de partners gezamenlijk de onderlinge verhouding kunnen wijzigen tot het moment van onherroepelijkheid. De Inspecteur stelde dat hij een gunstige verdeling had toegepast, maar het Hof vond deze toezegging te vaag en onduidelijk over de meerjarige voordelen. Gezien het feit dat belanghebbende en zijn echtgenote gezamenlijk de bij de aangifte gekozen verdeling wilden handhaven, volgde het Hof deze keuze.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, stelde de aanslag vast op basis van de door belanghebbende gekozen verdeling, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en griffierechten. De uitspraak werd op 21 december 2011 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof stelt de aanslag vast volgens de door belanghebbende en zijn echtgenote gekozen verdeling van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen.