ECLI:NL:GHSGR:2011:BV2238
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verdeling gemeenschappelijke inkomensbestanddelen in inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2005 die door de Inspecteur was opgelegd na een verdeling van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen. De Inspecteur had de aanslag vastgesteld op een te betalen bedrag van € 1.460, inclusief heffingsrente. Belanghebbende en haar echtgenoot waren het niet eens met de door de Inspecteur aangebrachte verdeling en vorderden handhaving van hun eigen gekozen verdeling.
In hoger beroep stelde het Hof vast dat belanghebbende en haar echtgenoot tijdig bezwaar, beroep en hoger beroep hadden ingesteld, waardoor de aanslagen nog niet onherroepelijk vaststonden. Volgens artikel 2.17 Wet inkomstenbelasting 2001 kunnen zij gezamenlijk de onderlinge verhouding van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen wijzigen zolang de aanslag niet onherroepelijk is.
De Inspecteur stelde dat hij een gunstige verdeling had toegepast, maar het Hof oordeelde dat deze toezegging te vaag was en niet bindend. Bovendien was onduidelijk of de Inspecteur's verdeling voordeliger was dan die van belanghebbende en haar echtgenoot. Het Hof volgde daarom de gezamenlijke keuze van partijen en stelde de aanslag vast overeenkomstig hun verdeling.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar werden vernietigd. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en moest griffierechten vergoeden. De aanslag werd vastgesteld op nihil belastbaar inkomen met een restant persoonsgebonden aftrek van € 7.993.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2005 wordt vastgesteld volgens de door belanghebbende en haar echtgenoot gekozen verdeling van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen.