ECLI:NL:GHSGR:2011:BV3573
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- F.A. Engelen
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over waardering en winstneming winstrecht bij overdracht melkquotum en bedrijfsverplaatsing
Belanghebbende droeg in 2002 het economisch belang bij het melkquotum over aan een B.V. in ruil voor een winstrecht. De vraag was of de waarde van dit winstrecht direct moest worden meegenomen in de overdrachtswinst of dat uitstel van winstneming toegestaan was. Het hof stelde vast dat de overdracht onderdeel was van een bedrijfsverplaatsing van Nederland naar Frankrijk, waarbij de Nederlandse onderneming werd gestaakt en een nieuwe onderneming werd gestart.
De waarde van het winstrecht moest daarom direct worden belast, omdat het winstrecht niet betrekking had op dezelfde onderneming. Het hof verwierp het beroep van belanghebbende dat EU-recht uitstel van winstneming zou vereisen, verwijzend naar jurisprudentie van het Hof van Justitie over het fiscale territorialiteitsbeginsel. Ook stelde het hof dat de waarde van het melkquotum moest worden berekend op basis van de prijzen in februari 2002, niet op de waarde per 1 januari 2002.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de Inspecteur gegrond en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende ongegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bevestigde de uitspraken op bezwaar. De waarde van het winstrecht werd daarmee direct in de winstberekening betrokken, en het verschil in waardering als informele kapitaalstorting aangemerkt.
Uitkomst: De waarde van het winstrecht moet in 2002 direct worden meegenomen in de overdrachtswinst, omdat de Nederlandse onderneming is gestaakt door verplaatsing naar Frankrijk.