ECLI:NL:GHSGR:2011:BX6588
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A. Tan-de Sonnaville
- A.E.A.M. van Waesberghe
- F. Waardenburg
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank inzake overeenkomst geldlening en provisiebeding
Partijen sloten op 23 mei 2006 een overeenkomst van geldlening waarbij Edange € 900.000,- leende aan appellant tegen 5% rente per jaar met een looptijd van drie jaar. In een side letter werd een provisiebeding opgenomen dat Edange na een eerste toedeling van € 500.000,- uit de erfenis recht heeft op 30% van het saldo van de toekomstige uitkering uit de erfenis.
Appellant stelde dat het provisiebeding onredelijk en onder dwang tot stand was gekomen en dat de waarde van het appartement in Thailand verkeerd was vastgesteld. Tevens voerde hij aan dat de dwangsom onredelijk was en dat Edange tekortgeschoten was in haar verplichtingen bij de afwikkeling van de erfenis, waarvoor hij schadevergoeding vorderde.
Het hof oordeelde dat de geldleningsovereenkomst en het provisiebeding rechtsgeldig zijn. Er was geen bewijs van dwang of misbruik van omstandigheden. De taalkundige uitleg wees uit dat het samengevoegde appartement bedoeld was en de waarde was bewust laag vastgesteld. De dwangsom werd niet gematigd omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij niet tijdig kon voldoen.
De vordering tot schadevergoeding wegens vermeende wanprestatie werd afgewezen omdat appellant onvoldoende concrete stellingen en bewijsaanbod had gedaan. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van appellant af.