ECLI:NL:GHSGR:2012:5223
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Van Walderveen
- Grootveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot wegens ontbreken betalingsverplichting
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die is geseponeerd. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de declaraties steeds op naam van een vennootschap waren gesteld en door die vennootschap waren voldaan, zonder dat was aangetoond dat verzoeker deze kosten zelf had voorgeschoten of verplicht was tot terugbetaling.
Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij enig aandeelhouder van de vennootschap was en dat de kosten feitelijk ten laste van zijn vermogen kwamen. Het hof oordeelde dat op grond van civiel- en fiscaal recht een strikte scheiding geldt tussen het privévermogen van verzoeker en dat van de vennootschap, zodat de kosten die door de vennootschap zijn gedragen niet aan verzoeker persoonlijk kunnen worden toegerekend.
Omdat niet was gebleken dat verzoeker zelf betalingen had verricht of een onvoorwaardelijke terugbetalingsverplichting had, kon het hof niet anders dan het hoger beroep afwijzen. De beschikking van de rechtbank bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat verzoeker de kosten rechtsbijstand zelf heeft voorgeschoten of verplicht is tot terugbetaling.