Uitspraak
[X] te [Z], hierna ook: de mede-indienster
de directeur Gemeentebelastingen Rotterdam, de Inspecteur.
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.
Gerechtshof 's-Gravenhage
De zaak betreft een hoger beroep van [X], de mede-indienster, tegen uitspraken van de Inspecteur over de WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting voor 2010. De rechtbank had het beroep van [X] en [Y] gezamenlijk behandeld en beiden als belanghebbende aangemerkt.
Het hof oordeelt dat in het belastingrecht slechts degene aan wie de beschikking is gericht als belanghebbende kan optreden. Omdat de uitspraken van de Inspecteur niet aan de mede-indienster waren gericht, is zij formeel geen belanghebbende en kan haar beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de mede-indienster niet-ontvankelijk. De zaak wordt gesplitst in twee hoger beroepen, waarbij het beroep van de mede-indienster wordt afgewezen zonder terugverwijzing naar de rechtbank. Het hogerberoepschrift is tijdig ingediend en de Inspecteur heeft zijn standpunt over ontvankelijkheid ingetrokken.
Het hof veroordeelt de Inspecteur niet in de proceskosten van de mede-indienster. De uitspraak is op 19 december 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de mede-indienster wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is.