ECLI:NL:GHSGR:2012:BV2226
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- C.G.M. van Rijnberk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens poging zware mishandeling en vermogensdelicten na eigenrichting
De verdachte heeft op 10 september 2006 in Rotterdam twee personen opgezocht die hij verdacht van inbraak in zijn woning. Samen met een mededader heeft hij hen tegen de grond gewerkt en herhaaldelijk geschopt en geslagen met een houten tafelpoot, wat heeft geleid tot zwaar lichamelijk letsel. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan diefstal en het wederrechtelijk bezit van goederen die door misdrijf waren verkregen.
De verdediging voerde een beroep op noodweer en subsidiair noodweerexces aan, stellende dat de slachtoffers op heterdaad waren betrapt. Het hof verwierp dit verweer omdat er geen sprake was van ontdekking op heterdaad en de getuigenverklaringen tegenstrijdig waren. Ook was er geen sprake van een wederrechtelijke aanranding van de verdachte.
Het hof achtte het bewezenverklaarde wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarbij rekening werd gehouden met de schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Daarnaast werd de teruggave van bepaalde in beslag genomen voorwerpen gelast en de bewaring van andere voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf wegens poging zware mishandeling en vermogensdelicten met aftrek van voorarrest.