ECLI:NL:GHSGR:2012:BV3714
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- M.A.F. Tan – de Sonnaville
- A.V. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatige detentie en behandeling tijdens passantentermijn tbs-maatregel
Appellant was veroordeeld tot gevangenisstraf en tbs met verpleging. Na het uitzitten van zijn gevangenisstraf op 1 maart 1994, verbleef hij onvrijwillig in een huis van bewaring tot 25 oktober 1994, omdat zijn tbs-maatregel nog niet onherroepelijk was. Appellant stelde dat hij ten onrechte niet in vrijheid werd gesteld en niet in een tbs-kliniek werd geplaatst of behandeld tijdens deze periode.
Het hof oordeelde dat er geen wettelijke grondslag bestond voor plaatsing in een tbs-kliniek of behandeling zolang het arrest niet onherroepelijk was. De voorlopige hechtenis was rechtmatig en de Staat kon niet verplicht worden eerder met behandeling te starten.
Voor de periode van 1 oktober 1995 tot 11 april 1996 verbleef appellant in het Dr. F.S. Meijers Instituut (M.I.). Hoewel appellant stelde dat er nauwelijks behandeling plaatsvond, concludeerde het hof op basis van diverse rapportages dat er wel degelijk een sociotherapeutische behandeling en traject was, ook na de selectieperiode.
De grieven van appellant faalden, het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af wegens ontbreken van onrechtmatigheid.