ECLI:NL:GHSGR:2012:BV6474
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Willems
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking gezag moeder na ongeoorloofde overbrenging minderjarige naar Bolivia
In deze zaak staat het gezag over een minderjarige centraal die door de vader zonder toestemming van de moeder en de gezinsvoogd is meegenomen naar Bolivia, in strijd met het gezagsrecht en de geldende machtiging tot uithuisplaatsing. Het hof stelt vast dat de vader de minderjarige ongeoorloofd heeft overgebracht, wat neerkomt op een ontvoering zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV).
Het hof onderzoekt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en concludeert dat vanwege de overbrenging naar een niet-lidstaat van de EU de Nederlandse rechter bevoegd blijft op grond van artikel 7 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, ondanks dat dit verdrag formeel niet van toepassing is op procedures die vóór 1 mei 2011 zijn ingesteld. Er is onvoldoende bewijs dat de minderjarige in Bolivia zijn gewone verblijfplaats heeft verworven.
De vader verzoekt het hof het gezag aan hem toe te kennen en de kinderalimentatie te beëindigen, terwijl de moeder en de William Schrikker Stichting dit betwisten. Het hof oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is dat de moeder het eenhoofdig gezag behoudt, mede vanwege het ontbreken van communicatie tussen ouders en het risico voor het kind bij gezamenlijk gezag. Verzoeken van de vader tot nihilstelling van kinderalimentatie en beëindiging van ondertoezichtstelling worden niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst de overige verzoeken van de vader af, waarmee het gezag bij de moeder blijft en de bescherming van het kind gewaarborgd wordt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt en verklaart de verzoeken van de vader niet-ontvankelijk of afwijzend.