ECLI:NL:GHSGR:2012:BV7666
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes voor de jaren 1990 tot en met 2000 wegens het niet opgeven van inkomsten en vermogen uit een buitenlandse bankrekening bij KBL, Luxemburg. De Inspecteur baseerde zijn bewijs op microfiches die door de Belgische autoriteiten aan de Nederlandse Belastingdienst waren verstrekt, ondanks de twijfel over de wijze van verkrijging. Het Hof oordeelde dat het gebruik van deze gegevens toelaatbaar was.
De Inspecteur identificeerde belanghebbende als houder van de KBL-rekening aan de hand van een uitgebreid onderzoek met diverse databestanden. Belanghebbende weigerde echter mee te werken en ontkende het bestaan van de rekening. Hierdoor werd de bewijslast omgekeerd en mocht worden aangenomen dat belanghebbende opzettelijk inkomsten en vermogen verzweeg.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur een redelijke schatting had gemaakt van de te weinig betaalde belasting en dat de opgelegde boetes en verhogingen van 100% passend waren, gezien de ernst van de fraude. Wel werd een vermindering van 20% toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep van belanghebbende werd verder ongegrond verklaard, en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt grotendeels ongegrond verklaard, met een vermindering van boetes en verhogingen tot 80 procent wegens termijnoverschrijding.