ECLI:NL:GHSGR:2012:BV8265
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stollenwerck
- Kamminga
- Mink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie bij beëindiging relatie zonder samenwoning
In deze zaak staat de vaststelling van de kinderalimentatie centraal, waarbij de ouders niet samenwoonden maar wel een affectieve relatie hadden tot in 2010. De man betwistte de verhoging van de alimentatie en stelde dat partijen een lagere bijdrage van €140 per maand per kind waren overeengekomen. De moeder stelde dat de omstandigheden waren gewijzigd, onder meer door het beëindigen van de relatie en haar dalende inkomen.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk netto inkomen van partijen terecht als uitgangspunt was genomen bij de berekening van de behoefte van de minderjarigen, omdat de man regelmatig bij de moeder verbleef en de kinderen van beide inkomens profiteerden. De stelling van de man dat er een overeengekomen lagere bijdrage was, werd niet gevolgd vanwege de gewijzigde omstandigheden en het ontbreken van bewijs voor een bindende afspraak.
De moeder had ook een incidenteel appel ingediend voor een hogere bijdrage, maar dit werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Het hof bevestigde de beschikking van de rechtbank Rotterdam, waarbij de man €232 per maand per kind moet betalen, en wees het beroep van de man en moeder af. De man erkende voldoende draagkracht te hebben voor deze bijdrage.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de man €232 per maand per kind aan kinderalimentatie moet betalen.