ECLI:NL:GHSGR:2012:BV9561
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van Leuven
- Burgerhart
- Rechtspraak.nl
Gezagskwestie: eenhoofdig gezag vader toegewezen na gezamenlijk gezag
In deze zaak stond het gezag over een minderjarige centraal. De vader was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die het gezag gezamenlijk aan beide ouders toekende, terwijl de vader primair verzocht om eenhoofdig gezag. De moeder verzette zich tegen dit verzoek.
De rechtbank had het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag toe te kennen afgewezen, maar het subsidiaire verzoek om gezamenlijk gezag toegewezen. Het hof oordeelde anders en stelde vast dat de vader de minderjarige sinds 2009 feitelijk voltijds verzorgt en opvoedt, terwijl de moeder in die periode nauwelijks betrokken was. De inconsistentie in het gedrag van de moeder en de wens van de minderjarige om geen bemoeienis van haar te hebben, werden zwaar meegewogen.
Het hof concludeerde dat het belang van de minderjarige gediend is met eenhoofdig gezag voor de vader, wat meer rust en duidelijkheid zal bieden en mogelijk herstel van de relatie met de moeder kan bevorderen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het eenhoofdig gezag aan de vader toegekend. Het hoofdverblijf van de minderjarige wordt daarmee ook door de vader bepaald.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag over de minderjarige toe aan de vader en vernietigt de beschikking van de rechtbank.