ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1230
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en woonplaats van binnenschipper in geschil over navorderingsaanslag 2002
Belanghebbende, een Belgische binnenschipper, stelde zich in geschil met de Belastingdienst over zijn fiscale woonplaats in 2002 en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en ook het Hof bevestigt dit oordeel.
Het Hof concludeert dat belanghebbende in 2002 fiscaal inwoner was van Nederland, mede gelet op zijn inschrijving in het Nederlandse bevolkingsregister, het wonen aan boord van schepen met Nederlandse thuishaven, en het gebruik van kantoorfaciliteiten in Nederland. De stelling dat hij in België woonde, werd onvoldoende onderbouwd.
De navorderingsaanslag is rechtsgeldig opgelegd omdat geen sprake was van een ambtelijk verzuim en de inspecteur tijdig een voorbehoud maakte. Het Hof oordeelt dat de eindafrekeningswinst over de schepen die per ultimo 2002 werden verhuurd aan een Belgische partij, aan Nederland toekomt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag 2002 blijft in stand.